Voor wie is de plusklas bedoeld

Binnen Stichting Op Kop wordt gewerkt met het SiDi3-protocol. Dit is een signaleringsinstrument, waarmee meer-en hoogbegaafde leerlingen kunnen worden gesignaleerd.
Samen met de toetsgegevens wordt vastgesteld wat de onderwijsbehoeften van een leerling zijn. Indien mogelijk wordt het onderwijsaanbod binnen de groep aangepast. Dit kan middels het compacten en/of verrijken van de leerstof. Vervolgens wordt er verrijking geboden (binnen Stichting Op Kop wordt hiervoor gebruik gemaakt van Levelwerk).
Voor een kleine groep leerlingen blijkt dit niet voldoende. Zij hebben extra begeleiding en/ of uitdaging nodig om daadwerkelijk tot ontwikkeling te komen. Wie niet uitgedaagd wordt om zich te ontwikkelen, zal de drang om door te zetten op den duur verliezen. (Hoog)begaafde leerlingen hebben niet genoeg aan de reguliere stof op school. Omdat ze dingen vaak al vanzelf kunnen, is het lastig om een goede werkhouding te ontwikkelen. Omdat ze weinig moeite hoeven doen om de lesstof te begrijpen, ontwikkelen ze weinig of geen leer- of studievaardigheden, welke zij in het voortgezet onderwijs juist zo nodig hebben om hun talenten te ontwikkelen. Doordat ze minder gemotiveerd kunnen raken of er te gemakkelijk over gaan denken, kunnen zij zelfs onder het niveau van de groep gaan presteren (onderpresteren) en soms zelfs gedragsproblemen gaan vertonen.
Voor deze leerlingen biedt deelname aan een plusklas net dat stukje extra, waar in een reguliere groep vaak geen ruimte voor is.
Het leerstofaanbod moet zo zijn dat de leerling voldoende wordt uitgedaagd om te kúnnen leren en te léren leren.